Het einde is nabij, nog zes weken als co-assistent en dan mag ik de artseneed afleggen en mijzelf dokter noemen. Zes jaar basisopleiding heb ik er dan opzitten en het wordt tijd voor de volgende stap. Na de co-schappen zijn er grofweg drie mogelijkheden om verder te gaan:
1. werken als arts-assistent niet in opleiding in een ziekenhuis
2. solliciteren voor een opleidingsplek tot specialist
3. solliciteren voor de huisartsenopleiding
Toen ik begon aan de studie geneeskunde wilden de meeste medestudenten specialist gaan worden. Chirurgie, kindergeneeskunde, gynaecologie en interne geneeskunde staan traditioneel hoog op het verlanglijstje van medisch studenten. Om in aanmerking te komen voor een opleidingsplaats voor een van deze specialismen moet je dan ook een felle strijd uitvechten met je concurrent-mede-studenten. Onderzoek doen, vriendjes worden met specialisten, of hard werken als assistent zijn methoden om uiteindelijk die felbegeerde opleidingsplek te bemachtigen. Eenmaal in opleiding tot specialist volgt dan nog een periode van 4-6 jaar waarin je wordt voorbereidt op het werk als specialist. Na zes jaar studeren dus nogmaals een fors aantal jaren ploeteren en hard werken voordat je uiteindelijk specialist en dus eigen baas bent. Ondanks dit vooruitzicht zei bijna iedereen tijdens de studie dat ze specialist wilden worden. Voor de huisartsenopleiding, van huis uit toch een beetje het ondergeschoven kindje (hoewel er natuurlijk veel meer huisartsen dan specialisten zijn), leken maar weinig medestudenten warm te lopen. Minder status, minder verdiensten, veel ‘zeurende‘ patiënten; voor velen van ons was het destijds niet de droombaan die we na gingen streven!
Maar het laatste halfjaar zie ik een kentering. Het lijkt alsof iedereen murw is geslagen door de co-schappen en de lange studieduur. Jaargenoten die al eerder klaar waren en vol energie begonnen aan hun verdere carrière in het ziekenhuis zie ik afhaken. En ook bij de mensen die de komende maanden met mij gaan afstuderen hoor ik het vaak: “ik wil graag huisarts worden”.
Het ideaal van specialist worden lijkt te vervagen; voor mijn gevoel wil op dit moment het merendeel van de mensen om mij heen huisarts worden! Een boeiende constatering die mij doet nadenken waar deze keuze-verandering vandaan komt?
Deels heeft dit denk ik te maken met het grote percentage vrouwen dat momenteel geneeskunde studeert. Rond de tijd van afstuderen naderen velen de 30 en wordt er serieus samengewoond en nagedacht over de toekomst. Carrière maken in het ziekenhuis, kinderen krijgen, beide combineren, of toch parttime ergens gaan werken? Vragen die een vrouwelijke arts zich ongetwijfeld stelt. En aangezien de opleiding tot huisarts, en later ook de werktijden, beter te combineren zijn met een gezin, kiezen veel vrouwen voor het huisartsenvak. Tot zover niets nieuws, maar ik zie ook steeds meer mannen die bewust voor het huisartsenvak kiezen.
Misschien zit in het woord “bewust” wel de antwoord op mijn vraag waarom ineens zoveel mensen huisarts willen worden. We leven in een tijd waarin bewustwording, verantwoording aan jezelf afleggen, duurzaamheid en authenticiteit sterk gewaardeerd worden. Hard werken, status en veel geld verdienen lijken niet de belangrijkste drijfveren te zijn bij onze beroepskeuze. We willen het liefst genieten; tijd voor vrienden, reizen, kinderen, jezelf, een goed boek. Liever iets minder verdienen en wat meer vrije tijd, dan 80 uur werken en een dikke bankrekening.
Ik ben benieuwd wat dit gaat veranderen in de ziekenhuiscultuur, die nu nog gedomineerd wordt door hardwerkende, alles opofferende specialisten? Specialisten die vol passie en overgave hun leven in dienst stellen van de geneeskunde. Specialisten die dag-en-nacht dokter zijn en bereid zijn hier privé offers voor te brengen. Worden zij langzaam verdreven door een nieuwe generatie artsen die niet meer heel hun leven in het teken van de geneeskunde stellen? Artsen die hun werk ook echt als werk gaan zien en die na sluitingstijd vooral hun eigen leven willen leven? Is het ziekenhuis gebaat bij de aloude hardwerkende/overwerkte (?) specialist, of meer bij een generatie jonge, minder passionele, maar uitgeslapen dokters in balans? De tijd zal het leren! Maar in ieder geval komen we eraan, de nieuwe generatie ‘zen-dokters’…